Hallo reisgenoot,

Mijn leven is één grote reis.

Ik kom van alles tegen om datgene te verwezenlijken wat ik me lang geleden heb voorgenomen. Soms is het daarbij nodig om mezelf ook nog eens op pad te sturen.

Veel van mijn indrukken en belevenissen heb ik aan het papier toevertrouwd en die zijn hier terug te vinden.

Veel leesplezier.

Mariëtte

 

Wij vertrokken

Op een gegeven moment kom je op een punt in je leven waar vraagtekens komen staan bij wat je doet. Dit gebeurde voor Rinus en mij ergens halverwege 2011. Wat wil ik nog, wat willen wij samen nog, vroegen we ons af. We kwamen uit bij iets wat ons prachtig met elkaar te combineren leek. Rinus, een man die hield van koken en een tafel vol mensen, kwam op het idee een Chambres d’Hôtes te beginnen. Op een plek die naar mijn zin zou zijn. Ergens op het platteland, in een rustig gebied, met een tuin. Een wens die in Nederland niet te verwezenlijken was voor ons.

De zoektocht duurde niet lang. Ik heb vanuit de snelweg naar het zuiden van Frankrijk alleen maar gewezen: ‘Daar wil ik wonen.’ En ‘daar’ vonden we een oude boerderij midden in een klein dorp. Het voelde alsof een warme jas om onze schouders werd gelegd. ‘Wij hebben dit huis niet uitgekozen, het huis heeft ons gekozen’, zei Rinus altijd.

Met – 20 op de thermometer kwamen we op 9 februari 2012, met verhuiswagen en een ploeg helpers, aan op onze nieuwe plek. Eén kachel in de keuken van het huis, zonder keukenblok. Een kamer die vooral steenkoud was, een slaapkamer met ‘Franse douche’: een douchebak van plastic met een scheur erin. Een hele grote schuur en een weiland achter het huis.

Vous voulez boire quelque chose? Meteen vanaf het begin gaf ze ons bij elke begroeting 2 dikke kussen. Iets wat hier iedereen doet, ontdekten we later. Yvette, de buurvrouw, nodigde ons uit op wijn en chips, vaak al om 10.00 uur. Tal van eenvoudige gesprekjes volgden en meestal volgde daarna, enigszins beschonken, de 2 uur durende middagrust die zeer serieus nog in ere gehouden wordt. Hier spreken ze geen enkel woord Engels of Duits. Als we naar ‘Ik Vertrek’ keken, zeiden we altijd: ‘Je moet de taal spreken, anders is het erg lastig om in te burgeren.’ Rinus ontpopte zich als grapjas en gebruikte daarbij zijn ‘vrachtwagen- Frans, - Italiaans, wat steevast op lachen uitdraaide. Ik deed mijn best om het Frans van mijn middelbare schooltijd naar boven te halen en nette zinnen te maken. Dat ging langzaam en vaak merkte ik dat ik de lade met de woordenschat niet kon vinden. Een paar minuten later kon dan opeens wel het woord binnenvallen. Te laat. Ook hierin vulden we elkaar aan. Wat ik niet wist, of waar ik niet opkomen kon, vulde Rinus in. En vooral oefenen, oefenen, niet alleen thuis met de cursus op schoot, maar praten met de mensen uit het dorp en daarbij niet bang zijn om fouten te maken. Hierdoor ging niet alleen de lade, na een tijdje, steeds vlugger open, zelfs het hele kastje ‘Frans’ werd terug gevonden.

Een half jaar later was de keuken, een gastenkamer, onze eigen nieuwe slaapkamer in de oude koeienstal klaar en stonden de eerste groenten te pronken in de moestuin. Mede door alle hulp van familie en vrienden.

Al voor de openingsdatum kwamen de eerste gasten. ‘Bij ons gaat het veel te goed, wij zijn niet interessant voor ‘Ik Vertrek’, schermde Rinus vaak. En het ging ons voor de wind. We genoten met volle teugen, ontvingen gasten en werkten om nog een tweede kamer klaar te krijgen, totdat op een hele warme zomerdag opeens alles anders werd.

Rinus stierf, totaal onverwacht. Hij was hartpatiënt. Alles was een paar maanden daarvoor gecontroleerd, omdat hij geopereerd moest aan zijn rug en toch werd een hartstilstand hem fataal.

Dit is nu anderhalf jaar geleden (januari 2015). Dat wat we samen begonnen, zet ik voort. Anders dan ik ooit verzonnen zou hebben. Alleen. Maar ook met een heleboel uitdagingen en ontdekkingen.